Ik zat 10 dagen in een stilteretraite -dit ging er allemaal door me heen

Written by mudramamis

12 September 2019

Wat denk je, kon ik 10 dagen m’n mond houden? Heb ik het volgehouden?

Voor iemand die altijd uit de klas werd gezet omdat ze haar klep niet kon houden is tien dagen lang stil zijn en stil zitten eigenlijk een mission impossible. 

Maar toch is het me gelukt. En ik vond het nog chill ook. Sterker nog: ik wil terug. O man, wat mis ik de dagen zonder oogcontact, gesprekken, telefoon, Netflix, boeken, koffie en mannen.

Ik zal proberen uit te leggen waarom.

Een tijdje geleden overtuigde ik mezelf ervan, mij in te schrijven voor een meditatiecursus van tien dagen, die ik zou inlassen tijdens een reis door India. Ik wilde leren mediteren en ik had gehoord dat deze cursus de real deal was. Maar ook hardcore: om 4.00 gaat de wekker, je zit elke dag tien uur lang stil, je krijgt weinig te eten en je moet je houden aan strenge regels.

Dat zag ik natuurlijk niet echt zitten, maar ik wilde het wel proberen. Ik had toch twee maanden de tijd en ik wilde voelen hoe het is om eens echte stilte te ervaren. Hoe vaak krijg je die kans nou?

Serieus. Normaal praat ik zoveel dat ik gewoon opgebrand ben na elke sociale afspraak. En alle prikkels die ik op een dag verwerk, dat kan toch niet gezond zijn? Appje hier, random gedachte daar, effe wat Googelen, Spotify playlist opzetten, het weer checken, recept opzoeken, mindfulness app zus zo…

De andere reden om me in te schrijven was dat ik voor eens en voor altijd al het onverwerkt verdriet dat ik misschien onbewust had wilde opdiepen. Als er nog iets zit, dan komt het er hier zeker uit, dacht ik.

Tijd uitzitten

Bij een retraite denk ik aan yoga op een dakterras, uitzicht op een zentuin, een hemelbed van bamboe en vanille-wierook. Zet dat beeld maar uit je hoofd. Moet ik ook, meteen als ik aankom bij het Vipassana meditatiecentrum in de stad Jaipur.

In plaats van een welkomstdrankje krijg ik een sneer omdat ik een boekje zit te lezen. De regels zijn dan kennelijk al ingegaan, want ik ben op het terrein van het centrum. Voorlopig dus geen boeken, geen internet, geen telefoon, geen gepraat, geen aanrakingen (ook niet bij mezelf) en geen oogcontact voor mij. Tien dagen lijkt ineens net zo lang als tien jaar in de gewone wereld. Is dit dan hoe het voelt om tijd uit te zitten in de gevangenis?

De kamer 

Het is niet dat ik schrik als ik m’n kamer zie (I mean, ik ben in India en ik wist ik een basic kamer kon verwachten), maar ik word er ook niet blij van.

Er staat een eenpersoonsbed, er is een wc waar je boven moet hangen (Aziatisch toilet), er staat een kastje en verder hangt er nog een vlekkerige spiegel. Er is geen douche, maar er staat wel een emmertje. Uit de kraan komt alleen koud water. Het is de bedoeling dat je de kamer schoonhoudt en netjes achterlaat voor de volgende cursist, maar mijn voorganger nam het duidelijk niet zo nauw met die regel. Ik laat de gebruikte handdoek maar hangen en probeer de kamer eigen te maken door mijn spulletjes uit te stallen. Het bed ligt voor geen meter.

Op de eerste dag doet de teacher een korte check met iedereen. In kleine groepjes zitten we voor de vrouw, een bebrilde forse tante, type strenge juffrouw. Een Amerikaanse vrouw in een fancy meditatiegewaad deelt enigszins verbouwereerd mee dat ze een rat in haar kamer heeft gespot. En ze denkt dat het komt door de vloerwc, de ratten komen volgens haar uit de pot gekropen. De teacher stelt haar gelijk gerust: ze krijgt een andere kamer, met Westers toilet. En terwijl bij mij de rillingen over m’n rug lopen hou ik m’n mond stijf dicht, ik durf niet te zeggen dat ik eigenlijk ook van kamer wil wisselen.

De rat 

Ik slaap natuurlijk niet goed. Ik ben doodsbang voor ratten. Een paar weken voor mijn komst bezoek ik zonder te gillen nog de bekende ‘rattentempel’ in India, maar de duizenden ratten die daar langs mee heen sjeesden vond ik gek genoeg minder eng dan die ene die hier misschien schuilt.

Ik ben blij als de eerste gong van de dag luidt. Het is dan 4.00 en pikkedonker. Ik slaap elke nacht in m’n joggingpak aan en ga linea recta naar de centrale hal. Iedereen heeft een vaste plek en ik ga zitten op mijn kussen. Het ontbijt is pas om half zeven, maar ik ga al kapot van de honger zodra ik wakker ben. Ook ben ik niet gewend aan dit ochtendritme, en ik doezel dan ook geregeld weg. De minuten tussen 6.00 en 6.30 duren het langst, omdat ik m’n benen dan slapen en ik alleen nog aan eten kan denken.

De tweede nacht komt mijn nachtmerrie uit. Ik zie een rat door mijn kamer flitsen. En ik heb nog wel een deurstop gemaakt van een extra deken, die ik aangevraagd heb “omdat ik koud heb ‘s nachts”. Ik doe geen oog meer dicht.

Pas op dag 7, nadat ik Inspector Gadget gespeeld heb in de badkamer, ontdek ik de spleet tussen twee tegels, en een de steen die daarop gelegen moet hebben. Ik blokkeer de vermoedelijke ingang van die harige insluiper en probeer te relaxen. En ook al heb ik mezelf wijsgemaakt dat ik vrede moet sluiten met de rat- hoe ga ik anders de vrede in mezelf ooit vinden?- ik slaak een (interne,  o wee dat ik geluid maak) gil van blijdschap dat deze tactiek blijkt te werken. De rat is nowhere to be seen.

Omdat we niks mogen, en ik thuis tien hobby’s bijhoud, is het soms echt behelpen qua entertainment.

 

Het eten

Zo sober als de kamer is, zo hemels is het eten hier. Ik ga helemaal los tijdens de lunch. We mogen ongelimiteerd opscheppen. Mediteren met zeven chapati’s en allerlei curry’s en andere lekkere gerechten in mijn maag blijkt prima te kunnen. Ik weet ook wel dat je eigenlijk beter op een lege maag mediteert maar ik ben ook niet perfect. Na de laatste maaltijd (om 11.00) en de nootjes (om 16.00, alleen voor nieuwe cursisten) kan ik alleen nog gemberthee hamsteren. Maar elke dag overleef ik het weer en na een paar dagen ben ik ook niet meer duizelig van de honger ‘s avonds.

De techniek

Je vraagt je misschien af wat we met z’n allen doen terwijl we op een kussen zitten, tien uur per dag. Elke meditatietechniek is een beetje anders. Ik heb gekozen voor een Vipassana cursus.

Vipassana betekent ‘de dingen zien zoals ze zijn’. Door je mind te trainen met deze techniek word je bewust van prikkels in je lijf. Als je er heel goed in bent, kan je bijvoorbeeld al een eerste impuls van irritatie opmerken, voor meerdere irritaties zich opstapelen en een emotie als boosheid worden. Andersom werkt het ook zo: als je teveel vasthoudt aan fijne prikkels creëer je cravings. En als je iets cravet, kun je je teleurgesteld voelen als je verwachtingen niet ingelost worden.

In plaats van opkroppen, krijg je dus een soort extra superpower waarmee je al die micro-emoties al oppikt. Vervolgens oefen je om die sensaties te laten voor wat ze zijn. Want alleen op die manier stapelen ze zich dus niet op in je lijf en je mind. Adieu troebele geest, impulsieve acties, uit de pan flippen, human errors, en de automatische piloot.

De techniek is niet nieuw, hij is zelfs door de boedha himself bedacht. Een van zijn oud-studenten herontdekte Vipassana eeuwen later en S.N. Goenka maakte er een cursus van die iedereen kan volgen, bijna overal ter wereld (soms in Nederland, en ook vast in België). Je betaalt niks, maar je mag wel een donatie doen.

Ik weet ook wel dat je eigenlijk beter op een lege maag mediteert maar ik ben ook niet perfect.

 

De feels 

En dan nu: wat doet het dan met je? Nou, het is voor iedereen anders natuurlijk, want iedereen heeft andere shit meegemaakt.

De eerste dagen is het vooral afkicken van de externe prikkels. Dat gaat me op zich goed af. Ook vind ik het heerlijk om stil te zijn, ik heb totaal geen behoefte om met anderen te praten. Wel merk ik hoe vergroeid ik ben met m’n telefoon. Om de haverklap wil ik iets opzoeken, noteren en iemand contacten. Net zoals in de yogales van alles naar boven komt wat ik nog moest doen of laten weten, zo is het hier net zo in de eerste dagen. Het is echt afkicken geblazen dus.

 

Het keerpunt

Na drie dagen gaan we iets verder met de techniek. Er komt langzaam ruimte in m’n hoofd om de interne prikkels op te merken. En ze vervolgens dus te negeren. Dit is waar de magie begint. Dag 5 voelt dan ook als een keerpunt voor me. De verschrikkelijke rugpijn van de eerste drie dagen is voorbij EN IK ONTDEK EEN NORMALE WC op het terrein. Eindelijk kan ik rustig m’n ding doen zonder bang te hoeven zijn dat ik in m’n kont gebeten word door die rat.

De dagen erna komt er veel naar boven. Mannen die ik vergeten ben stormen zonder pardon mijn hoofd binnen. Ik zie mezelf in allerlei interacties die ik verbannen had. Ik realiseer daar en dan dat wegstoppen iets anders is dan verwerken en leren van je gedrag.

Ik leer nog veel meer over mezelf, mijn ingesleten gewoontes, mijn angsten, mijn diepste wensen. Ik kom erachter wat het verschil is tussen voorwaardelijk en onvoorwaardelijk van iemand houden. En waarom dingen niet meewerken als je tegen jezelf liegt. Deze en andere inzichten kan ik alleen maar echt begrijpen omdat ik hier geconfronteerd word met mezelf, mijn waarheid, en niemand anders’ doctrine of waarheid. En hoewel ik de ene na de andere bitchslap in m’n gezicht krijg, voel ik me lichter en gelukkiger dan ooit.

Later, als ik weer mag schrijven, pen ik alles neer. Als ik nu kijk naar m’n notities en de gedichten die ik erna schreef lijkt ‘t alsof ik bij een soort diepe wijsheid kwam, waar ik in het normale leven niet bij kan.

Voor iemand die gewend is psychedelica te nemen, vind ik de inzichten heel subtiel binnenkomen. En daarbij zijn het voor mij niet de inzichten die je tijdens de meditatie binnenkrijgt die zo verhelderend zijn, maar eerder de hele ervaring. Het afgezonderd zijn in een centrum, de aapjes die er elke dag van boom tot boom slingeren, de pauwen, prachtvogels, het zitten met honderden anderen gelijkgestemde vrouwen, de tempel waar je na dag 7 in mag, de Indiase tuinman en zijn onbedoelde swag en natuurlijk de stilte. De laatste dag mediteren we ook tien uur, maar we mogen ineens wel weer praten. Dat zorgt voor nog een groot inzicht: we hebben ons allemaal in elkaar vergist.

“We thought we had each other figured out”, zei de Amerikaanse in haar mooie gewaad. Ze blijkt beeldend kunstenaar te zijn. Ik snap ook ineens waarom de stilte zo belangrijk is. Vanaf het moment dat we mogen praten gaan we helemaal los. Ik klets de oren van m’n kop. Vrouwen willen weten wat mijn afkomst is, ik heb de leukste gesprekken. Een ramp voor de concentratie, zo blijkt. We zijn de hele dag hyped, moeten giechelen tijdens de meditaties en ik speel de gesprekjes daarna de hele tijd af in m’n hoofd. Heb ik het nou goed verteld, heb ik nou net gelogen zonder dat ik het doorhad? Die laatste dag voelt daarom een beetje als spek en bonen, maar wel heel gezellig.

Het eindoordeel

To be honest, tien dagen is lang. Het is echt een commitment, maar geloof me: op dag tien merk j dat je echt wel nog langer kon. En die strenge regels vallen ook mee. Als je een beetje gehaaid bent vind je al gauw overal mazen in de wet. Daarbij worden doodsaaie dingen als de was doen ineens leuk.

De Vipassana filosofie stelt dat de duur van tien dagen echt nodig is. Je moet het zo zien: als je de waterkoker uitzet voor het water kookt, zijn nog niet alle bacteriën eruit. Zo is het ook met Vipassana; elke dag is broodnodig. Ook omdat je elke avond een stukje theorie krijgt, dat naadloos aansluit bij de meditatieoefeningen die je dan de hele dag hebt gedaan.

En het mooiste is dat je niet alleen in die tien dagen een chill mens bent. Je ruimt echt je zolder op. Elk uur met je booty op dat kussen loos je weer wat oude koffers vol bagage. Meningen van anderen. Projecties. Verdriet. Weggestopte herinneringen. Je ego.

Vind je het nu nog steeds raar dat ik terugverlang naar de dagen in het retraite? Ik mis niet het opstaan om vier uur of de rat die mijn kamer in sneakte. Maar er gaat geen dag voorbij dat ik niet denk aan hoe ik me voelde in die tien dagen – en iets van die mindstate probeer terug te halen: ik was voor even intens tevreden, mega helder, opgeruimd, kalm, spaced out van geluk. Mijn vriend zei dat ik thuis kwam met licht in mijn ogen. Ik hoop dat hij dat ooit weer kan zeggen over me. Voor nu zal ik er niet naar craven, want is natuurlijk echt niet des Vipassana.

De organisatie Dhamma geeft overal ter wereld de tiendaagseVipassana cursussen. In België staat een fijn centrum. Tip: kijk ook eens in een zonnig (melanin poppin’) land als Spanje of Portugal. 

Dit wil je ook lezen.

Vergelijkbaar

1 Comment

Submit a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *